Bij intensief voorlezen of close reading staat de tekst of het verhaal centraal. De leerkracht leest een (stuk van een) verhaal verschillende keren voor met telkens een ander luisterdoel.

Bij dialogisch voorlezen of dialogic reading gaan de leerkracht en de leerlingen in gesprek over een verhaal dat op dat moment voorgelezen wordt.

Beide voorleesvormen werden samengevoegd in één fiche omdat ze nauw bij elkaar aansluiten.

Similar Posts

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.